Live Recensie: AC/DC – Ahoy, Rotterdam 13 maart 2009

Maandag, 16 maart 2009

acdc-black-ice.jpgHet zijn de simpele zekerheden die AC/DC zo leuk maken. Dat het publiek ‘Angus-Angus-Angus!’ zal scanderen, wanneer Angus Young de openingsaccoorden van Highway to hell inzet. Dat zanger Brian Johnson met de elegantie van een dokwerker over het podium zal paraderen, met een stem als een kapotte misthoorn. Dat er vuurwerk zal zijn, en opblaaspoppen van wulpse dames.Jong en oud verdrongen zich bij Ahoy, waar kaartjes buiten de poort tot vijfmaal de oorspronkelijke prijs opbrachten. Dat AC/DC vorig jaar een nieuw album uitbracht, doet nauwelijks ter zake. De formule is sinds de oprichting in 1973 praktisch ongewijzigd: de snijdende gitaarriffs, de krijsende zang en teksten waarin helse taferelen en de rock’n’roll zelf steevast het middelpunt vormen. Alleen de zanger is een ander dan de in 1980 overleden Bon Scott, maar Johnsons geknepen stem is praktisch een blauwdruk van het origineel.

Openingsnummer Rock’n’roll train werd vrijdag in Ahoy vooraf gegaan door een realistisch geënsceneerd treinongeluk en een enorme ontploffing. Als AC/CD de duivel aanroept en de hel bezingt, dan is het met een vette knipoog. ‘Hell ain’t a bad place to be,’ schreeuwde Johnson monter en bij Hell’s bells kwam als grappig attribuut een enorme klok uit het plafond zetten. Alle grimmigheid die de hardrock van de jaren zeventig aankleefde, is bij AC/DC lang geleden ingeruild voor luchtig kermisvermaak.

De blues van The Jack speelden ze met een stevig gebalde vuist en een minimum aan swing. Veel beter zijn ze in hun rock-klassiekers: You shook me all night long, Whole lotta Rosie en Let there be rock met een heroïsche gitaarsolo die uitmondde in gespartel op de grond van de manische Angus Young. De verzengende gitaarklanken van Highway to hell maakten het af. Tienduizend man die in koor meezongen dat ze zich op de snelweg naar de hel bevinden: het stemde tot grote vrolijkheid.

luchtgitaarscore:sterstersterster

Jan Vollaard
redacteur

Reageer